07-06-11

Bekentenis

  
  
Keer op keer verslaafd

aan het eerzame verlangen
dat van onder de huid het eelt
op m'n trotse ziel tot de orde roept.
  
Al kan dit tijdelijk, bijdehand geluk
zelden of nooit anderen bekoren
(voor toeschouwers ben ik als de dood),
  
't heeft me geleerd om, met de zachte dwang
der tanden, gulzig te bijten in al wat vlees
en vrees tastbaar maakt. Rest u en mij
de geur
 van grof, versgebakken brood.
  
  

De commentaren zijn gesloten.