14-06-11

Sintel

   
  
foe.jpg

Ik probeer me hen voor te stellen: met gezwollen levers en haar waar iemand niets, hoogstens wat etensresten, had verwacht, handenwrijvend om de kilte ruggelings op afstand te houden in barre, bloedeloze tijden. Af en toe gooit een onverlaat wat scharrels op het vuur. Achteloos knettert de leegte; zelfs de stem haalt het niet.
'Vertel,' knort de oudste uit het niets, 'hebt ge al een lief en is haar vlees schoner dan dees vlammen?' Als ik een eenvoudige bevestiging niet ogenblikkelijk kan ophoesten, beginnen de trawanten lusteloos in het vuur te poken, tot één van hen, ondertussen even doorschijnend als de rook geworden, aarzelend opmerkt: 'Dat van die edele delen, heb ik eigenlijk nooit begrepen.'
De mannen schuifelen onrustig; de honger, die gist in hun darmen, kan hun kloten kussen, maar de laatste druppel zal door henzelf als dorstige goden uit de as worden geroofd. Zo heerst er een niet te bedaren onbehagen waarin al wat voor even aarzelt, voldoende stof levert om vloekend na te smeulen.
'Als ge u niet goed voelt, dan zijt ge ziek,' klinkt het onomwonden, 'want al wat ijdel is, is ons vreemd, dan neemt iemand anders wel de wacht van u over.'

 

illustratie: Kurt Wiese, uit: Foe van de Yangtse-kiang (1936)
  
    

 

Commentaren

Interessante proza.
Ter info hieronder de oorspronkelijke tekst op p. 178 van het boek. De afb. staat op p. 179.

Nu weer zeker van zichzelf wilde hij de hoek omslaan, toen hem een barse stem toeschreeuwde: "Wie gaat daar?"
Verbaasd keerde Jonge Foe zich om en zag aan zijn linkerhand vier mannen op een aarden vloer zitten, bezig met een soort van dominospel: mah-yongg. Een flikkerend olielampje dat hun nauwelijks voldoende licht verschafte onthulde het inwendige van een sandalenwinkeltje. Boven de ingang hingen verscheiden bundels strooien sandaaltjes voor varkens, om op glibberige terreinen te dragen. Vier paar ogen staarden den jongen man aan, toen hij hun meedeelde, dat hij zich in de weg vergist had, maar nu weer wist waar hij was.
"Waar woon je?"
"In de Stoelenmakerstraat."
Er werd een snelle blik tussen de mannen gewisseld.
"Dat is hier een heel eind vandaan," zei er een.
"Ga een ogenblik bij ons zitten," stelde een tweede vriendelijk voor, "dan kun je eens naar ons spel kijken.
Jonge Foe voelde zich gevleid. Dat trof hij! Het spel had hem altijd geïnteresseerd, maar hij was te weinig in de gelegenheid geweest het behoorlijk te leren kennen. Een haastig kijkje nu en dan over de schouders van spelers had zijn belangstelling tot nu toe moeten bevredigen. Foe Be Be voelde een diepe verachting voor gedobbel en wat Tang betrof, elke gezel die morgen na morgen in de werkplaats verscheen met rode ogen en een loom lichaam kon op zoek gaan naar een andere koperslagerij. Hij die de tijger berijdt kan niet afstijgen wanneer hij wil, placht de meester bij dergelijke gelegenheden te zeggen. Dat die onschuldig lijkende "steentjes" van bamboe en been veel kwaad konden teweegbrengen, wist Jonge Foe heel goed; maar dat hing er maar van af, meende hij, of de spelers hun verstand gebruikten. In ieder geval was er niet het minste kwaad bij hier een poosje te zitten toekijken.

Het boek is vergeeld. De afbeeldingen van Wiese zijn prachtig. Vreemd dat ze (nog) niet op internet staan. Behalve nu deze en misschien later nog enkele :)

Gepost door: sodade | 15-06-11

@ Sodade
Je vindt inderdaad weinig of geen afbeeldingen op internet van Wiese. Deze afbeelding heb ik op jouw blog, eerder toevallig, gevonden (en zo is een cirkel rond).
De prent intrigeerde me en deed me onherroepelijk denken aan een vroeger gedicht, dat ik hier in proza heb 'herschreven'.

Gepost door: Gdx | 15-06-11

En waarom, o waarom doet me dit schrijven
en de afbeelding zo sterk denken aan het einde
van 'het parfum'; P. Suskind.

Het zal den middelen eeuwensche sphere zijn..

'dan neemt iemand anders ....
en vullen wij onze hong'rige leegte'

Gepost door: Cor Beau | 15-06-11

Pfff, ja hoor, zo is een cirkel rond.

Gepost door: sodade | 16-06-11

De commentaren zijn gesloten.