26-07-11

Laid in earth

   
  
            Ik probeerde mij Olga terug voor de geest te halen, zoals zij totaal ontredderd de week van de begrafenis had geleefd. Het had nog heel wat voeten in de aarde gehad om de uitvaart te regelen: het duurde meer dan een week vooraleer het gerecht het lichaam wou vrijgeven, Harald bleek onbereikbaar en aanvankelijk deed de pastoor van Berkenroth moeilijk omdat hij niet persoonlijk was gecontacteerd om de overledene de laatste sacramenten toe te dienen. Olga wist met zichzelf geen blijf en liet elk initiatief aan mij over. Met moeite had ik uiteindelijk een datum kunnen bepalen, een begrafenisondernemer vastgelegd en een aantal adressen verzameld. Na wat getouwtrek had de pastoor ingestemd met een eenvoudige dienst, waarop de vaste organist zelfs bereid was om een interpretatie van ‘When I am laid in earth’ ten gehore te brengen. Op hoop van zegen had ik de dag afgewacht terwijl Olga me op de zenuwen werkte. Ze deed heelder dagen niets anders dan mijn blik vermijden en me toch voor de voeten lopen. Ze weigerde om behoorlijk te eten, zich te wassen of zich om te kleden Ze zei niets meer tegen me, het enige contact dat ze met me zocht was wanneer ze ‘s nachts bij me in bed kroop en zichzelf in slaap prevelde met wat op een aftelrijmpje leek.

(...)

            De dienst was sober, de organist deed zijn best en het gekuch bleef tot een minimum beperkt. Harald zat helemaal vooraan in de vrouwenbeuk, naast zijn Hollandse bewonderaarster, ik op dezelfde rij, maar aan de mannenkant. In zijn homilie bleef de pastoor opvallend op de vlakte; hij benadrukte de aparte levensstijl maar de goede inborst van de overledene, haar artistiek elan en haar eigenzinnigheid, maar over de kwalijke reputatie die zij van in de jaren zestig en zeventig met zich meedroeg, repte hij met geen woord. Tijdens de geloofsbelijdenis stormde Olga met veel omhaal binnen langs de zijdeur. Ze zag er verwaaid en rillerig uit, in één van haar vaalgrijze jurken en op blote voeten. Toen ze Harald zag, stapte ze resoluut op hem toe, ging ze als een kind op zijn schoot zitten en vleide haar hoofd tegen zijn schouder. De rest van de dienst hield ze zich rustig. Toen de organist gedurende de communie een poging ondernam om zich aan Purcell te wagen, begon ze echter hartverscheurend mee te neuriën. Het geheel, het gestuntel van op het oksaal  en de klagelijke geluiden vooraan, gaven de dienst plots een geheel vreemde, ietwat tribale sfeer. Een sfeer die Frau K. wel had kunnen waarderen, bedacht ik met een flauwe glimlach.

Hondsster, p. 183 - 185
  
  

    
  
 

De commentaren zijn gesloten.