01-05-12

Interview

   

Stijn Vranken: Ik ken jou al jaren, als dichter en vooral als dichter op een podium, en dan nu plotseling een roman. Is poëzie dan een soort aanloop geweest tot het zogenaamde ‘grotere werk’?

GD: Misschien is poëzie net het ‘grote werk’. Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik aanvankelijk helemaal niet het plan had opgevat om een roman te schrijven. Op een bepaald moment wou ik een kortverhaal schrijven, misschien omdat ik voelde dat gedichten voor mij stilaan een beperking inhielden. Dat verhaal is uiteindelijk een roman geworden; er kwamen langzaamaan meer en meer stukken bij, schillen noem ik ze. Het geheel is ook heel intuïtief gegroeid, er was aanvankelijk geen vooropgezette structuur, maar ik ben best tevreden over de opbouw van ‘Hondsster’. Ik heb ook gemerkt uit de eerste reacties dat de lezers totaal geen probleem hebben met het steeds wisselend vertelperspectief. Niet voor niets is ‘een schimmenspel’ de ondertitel van dit boek.

SV: Het is inderdaad een behoorlijk complex boek, op verschillende niveaus. Eén van de verhaallijnen is de familiestructuur die zich gaandeweg bloot geeft. Vanwaar dat ‘schimmenspel’?

GD: In het begin heb ik bewust met initialen gewerkt voor personages die pas later een voor- of achternaam krijgen, of een plaats in de constructie die ik tijdens het schrijven aan het bouwen was. Van één van de hoofdpersonages, de moeder, krijgt de lezer pas alle informatie wanneer haar erfenis uit de doeken wordt gedaan. Al die schimmen worden met mondjesmaat ingevuld, krijgen in de loop der gebeurtenissen contour, kleur en reliëf.

SV: Een soort puzzel waar alles op zijn plaats komt?

GD: Ja, ikzelf hou daar wel van, van iets dat zich maar langzaam prijs geeft. Nochtans heb ik me voorgenomen om me in mijn volgend boek (werktitel ‘Klauw’)  aan een duidelijke, lineaire structuur en één vertelperspectief te houden, als een soort uitdaging. Voorlopig toch…

SV:  Maar bij ‘Hondsster’ klopt het allemaal wel. Op het einde komen alle eindjes samen.

GD: Toch had ik het tijdens het schrijven soms zelf best moeilijk, om een personage of een plek in de juiste tijd te plaatsen. Op een bepaald moment heb ik een tijdslijn en een boomstructuur geconstrueerd om zelf de draad niet kwijt te raken. Gelukkig heb ik gemerkt dat mijn ‘eerste lezers’ probleemloos alles konden plaatsen, dat alles evident ‘binnenkwam’ en dat de schimmige opbouw het verhaal zelfs spannend maakte.

Lees hier het volledige interview.

   

   

De commentaren zijn gesloten.