11-07-12

Schouwtoneel

 

Hieronder de proloog van mijn volgende roman 'Folklore' die, als alles volgens plan verloopt, in het voorjaar 2013 verschijnt bij Houtekiet.

 

         Er hing belang in de lucht. Om alles vlekkeloos te laten verlopen werd een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Vier weken terug had het aan meer dan honderd uitverkorenen een karig opgestelde uitnodiging verzonden. Op handgeschept papier was op de voorzijde enkel het nummer 7 gedrukt, op de achterzijde de dag en het uur, de locatie, het telefoonnummer en de toegestane periode om te antwoorden, naast vier bondige maar niet mis te verstane richtlijnen. Het feest zou stipt om acht uur ‘s avonds aanvangen, minderjarigen zouden niet worden toegelaten, de dresscode was ‘zwart’ en na afloop zou iedereen, ongeacht de afstand, met een taxi naar huis worden gebracht. Blijkbaar werd de minimale, bijna strenge aanpak van de invitatie geapprecieerd; meer dan vijfennegentig procent van de genodigden bevestigde zijn komst binnen de toegestane termijn. De overige vijf procent werd onherroepelijk, sans rancune, van de lijst geschrapt. De catering zou worden verzorgd door een gerenommeerde traiteur die zijn sporen had verdiend met onorthodoxe maar exquise bereidingen van orgaanvlees, de drank zou worden beperkt tot licht sprankelend water, een jonge, koel geschonken, rode Chileense Merlot en een artisanale, overigens illegaal gestookte, calvados. Een wereldvermaard achtkoppig koor zou de avond opluisteren met polyfone muziek. Een escortbedrijf dat zijn werknemers rekruteerde uit studenten in iets artistiekerigs, zou instaan voor de bediening en indien nodig voor enige emotionele opvang. De bedoeling was dat iedereen zich licht opgewonden zou kunnen voelen of zich op zijn minst zou kunnen beroepen op een helpende hand om zich staande te houden, in het ergste geval een schouder om op uit te huilen of een lijf om zich aan te vergrijpen. Als locatie was gekozen voor de hangars van een decoratelier dat in de loop van zijn kort maar roemrucht bestaan de meest bizarre rekwisieten had verzameld. Aanvankelijk bleek dat de plek, vooral bij valavond, iets onheilspellends had en rook naar beschimmeld hout en textiel. Met behulp van guirlandes werd de plek omgetoverd tot een feeërieke kermistent, met honderden wierookstokjes zou de muffe geur worden geneutraliseerd. Alles moest beantwoorden aan wat de verwende lezers van een exclusief lifestylemagazine zouden kunnen verwachten, behalve dan dat ene dat zich om exact negen uur zou prijsgeven en dat zíjn aanwezigheid verantwoordde. Eerder dan als getuige, voelde hij zich als medeplichtige, alhoewel hij, die tot dan geleefd had als in een droom, zich begon te ergeren aan de herinneringen.
  
          Het feest verliep het eerste uur zoals volgens het draaiboek te voorzien en te verwachten was. Even was er enige commotie toen een koppel zich een minuut te laat aan de receptie aanbood en door de security resoluut de toegang werd ontzegd, waarna het stel zich met veel misbaar, verontwaardigd en scheldend uit de voeten maakte. De aanwezigen genoten zichtbaar van dit fait-divers, blij dat zij er wél op tijd bij zouden zijn, alhoewel niemand van hen scheen te weten wat hen hier samenbracht. Hij hoorde sommigen vragen stellen die werden gesmoord met liters drank en eindeloos aangevoerde amuse-gueules. Alles kirde van genot en bleef met bulderend gelach of roodgestifte mond het antwoord schuldig. Die lippen waren, net zoals de dassen van de mannen, de enige listen waarmee de aanwezigen zich tegen het alomtegenwoordige zwart hadden durven verzetten. Voor hem waren het, benevens hun geuren, niet te onderschatten referentiepunten.
Niemand schonk aandacht aan zijn aanwezigheid; waarschijnlijk rekenden zij hem, zoals ze letterlijk op hem neerkeken, tot de entourage van het veiligheidspersoneel. Zijn stuurse, tegelijk schichtige blik kon dit voor hen enkel bevestigen. Stilaan werd hem het amalgaam van hun parfums en de rook van sandelhout ondraaglijk. Enkel de geuren van hun zweet en de schimmels, de gebakken zwezeriken, nieren en levers konden hem bekoren, brachten hem het water in de mond, alhoewel hem was geleerd om niet te kwijlen.
  
          Toen het koor, even voor negenen, zonder orgelpunt maar zorgvuldig georkestreerd, ophield met zingen, was de stilte op wat gekuch en gefluister na, bijna tastbaar. In dit vacuüm kon hij eindelijk vrij ademen en werd haar geur onvermijdelijk. Hij kon zich nog net inhouden om niet te beginnen huilen, als om een verloren gewaand stukje onschuld. De gastvrouw verscheen zoals hij zich haar nog steeds kon herinneren, bescheiden maar bewust van haar afkomst. Onder de genodigden werd er goedkeurend gemompeld, maar toen de gastheer in haar kielzog met zijn zware lijf binnen kwam gewaggeld, was er ook gegniffel hoorbaar. Voor hem was dit het teken om zich langs de benen van de menigte heen een weg naar voren te banen. Sommige genodigden reageerden ontstemd en probeerden hem de weg te versperren, wat hen op hun beurt volgens de strikte richtlijnen van de organisatie werd verhinderd door de jobstudenten van het escortbedrijf.
Ook zij moest hem al een tijdlang hebben geroken; toen hij haar op enkele meters genaderd was, keek ze hem vertrouwensvol, vol van verwachting, met een steelse blik over haar schouders aan. Ze liet hem toe om haar uitvoerig te besnuffelen. In de marge begon de gastheer klagelijk te janken, maar durfde hij het tweetal niet te naderen. Het publiek was duidelijk verdeeld; er waren er die zich verlustigden op wat onvermijdelijk komen zou en die hem aanmoedigden, anderen jouwden verontwaardigd. De spanning steeg ten top toen hij haar vastgreep en zij zich met haar lijf nestelde onder zijn gewicht.
Plots voelde hij zich hardhandig bij het nekvel gegrepen. Hij probeerde van zich af te bijten, maar hield zich in toen hij merkte dat de hand die hem in toom probeerde te houden die van zijn meester was. De emmer ijskoud water die iemand over hem uitstortte benam hem de laatste drift. Jammerend van onmacht trok hij zich terug terwijl hij werd beschimpt en geschopt. Nog eenmaal probeerde hij een glimp van haar op te vangen: ze keek hem meewarig aan, zoals enkel teven met een stamboom dat kunnen, terwijl de gastheer onhandig de ouverture die zijn rivaal had ingezet probeerde af te maken. Zoals in het draaiboek voorzien, werd hij nog enkele malen door overijverige leden van de security in zijn ballen geraakt en met emmers water overgoten, vooraleer hij zich rillend van de kou en ontgoocheling uit de voeten maakte. Het laatste wat hij in een ooghoek tijdens zijn vlucht nog kon ontwaren, waren de twee lijven die zich in een kluwen verenigden onder luid applaus. Een volgende maal, zo nam hij zich bitter voor, zou hij zich als schouwreu niet aan de afspraak houden, zou hij zijn natuur volgen en de meesters de strot overbijten met de doortastendheid eigen aan zijn ras. Want het is een goed gif: de wraak die sluipt en geurt naar zweet en schimmel, samen met een instinct dat onbehouwen de hemel prijst. Onderhuids verdelen beiden de wereld, zonder de last van een geheugen, in daders en zwijgers, in vaders en vrijers, koppig en genadeloos, zoals elke trage en obscene leugen.
   
   
   

 

14:38 Gepost in Proza, Teksten | Commentaren (0) | Tags: schouwtoneel, folklore, klauw

De commentaren zijn gesloten.