06-09-12

De wereld van markt en strijd

  
  
Negen maanden geleden verscheen ‘Hondsster’ met een aarzelend tot euforisch enthousiasme, eigen aan elke geboorte. Opvallende verkoopcijfers (volgens mijn uitgever) en meer dan positieve reacties van de eerste lezers ten spijt, is mijn debuut totaal ongemerkt gepasseerd in de kronieken van de Vlaamsche pers. Soms lijkt het alsof ‘men’ heeft besloten mijn eerste worp simpelweg dood te zwijgen: geen aankondiging,  geen voetnoot, zelfs geen smalende recensie… Het zij zo; waarschijnlijk ontbreekt het mij (én een te bescheiden uitgeverij) aan voldoende credebility om zich aan te verkneukelen, laat staan om er een woord aan vuil te maken.
 
Opvallend is wel dat andere debutanten, nog voor er één roman van hen in de boekhandel ligt, uitvoerig worden geroemd (het geval Marnix Peeters: binnen de drie dagen genomineerd voor een niet onbelangrijke debuutprijs) of verguisd en afgeschreven (de ‘puberale’ Maarten Inghels), maar in ieder geval kunnen rekenen op de welwillendheid van minstens drie recensenten.

Uiteraard gun ik hen deze aandacht, maar heeft Herman Brusselmans dan toch gelijk wanneer hij (een oude vos die men geen kunstjes meer moet leren) Peeters de raad gaf om vooral de media te bespelen, als de enige manier om een boek in de markt te zetten?
Natuurlijk. Vertel hen ‘dat je minstens vijf mokkels per week achterwaarts in de poes naait’, ‘de doorsnee Jan Lul achter zijn teevee’ zal jouw boek met rode oortjes willen lezen, een zich onfeilbaar voelende recensent zal zich geroepen voelen om jou eloquent te dienen, al was het maar om zijn eigen literaire koudwatervrees te overwinnen.
 
Let wel: ik hou van smerige sprookjes; ik schreef er namelijk zelf één. Waarom ik dan niet mag rekenen op enige tekst en uitleg van Dirk, Mark, Geert en kompanen, dat blijft een raadsel. Het zal wel iets te maken hebben met marketing, een teveel aan ijdelheid of een gebrek aan geloofwaardigheid (schrappen wat niet past).
 
Vooraleer u mijn verzuchtingen gaat afdoen als rancuneus gejammer, nog dit: wat de boer niet kent, dat vreet hij niet, maar misschien zijn er ondertussen te veel boeren die steeds opnieuw hetzelfde willen prijzen. Waar is de boer die het onbekende niet schuwt, die eigengereid zijn eigen keuze durft te maken?
 
Deze boer ploegt voort, in weerwil van de seizoenen. Zelfs al is het weer een maat voor niets. Ook dat behoort tot defolklore.
  
  

 

De commentaren zijn gesloten.