10-03-14

Schampschot (I)

    
    
Men zal zich herinneren dat hij de vader van drie kinderen is, dat hij een man is die door zijn vrouw in de steek gelaten werd, dat hij met enkele pennentrekken een tekening kan verscherpen en bovenal dat hij als geen ander binnen de lijntjes kleuren kan. Niemand kent zijn naam en misschien is het beter zo; iemand die een naam krijgt wordt algauw een slachtoffer of een dader. Hij beschikt liever over het talent om zich anoniem en op tijd terug te trekken, met iets dat een glimlach oplevert, om bestwil.
 
Tweemaal is hij professioneel overmoedig geweest. De eerste maal ging het om een vrij onschuldig grapje: in het decor van een stripverhaal dat zich in de middeleeuwen afspeelde, had hij bij het inkten een stopcontact in een kasteelmuur toegevoegd. Toen zijn collega’s van de Studio het toevallig ontdekten, nadat het verhaal al in de krant was gepubliceerd, konden de meesten er hartelijk om lachen. De meester hield zich opvallend op de vlakte, maar toen het verhaal als album verscheen, bleek dat het stopcontact zorgvuldig was weggeretoucheerd.
De tweede maal dat hij zich een grapje permitteerde, ditmaal minder onschuldig moest hij toegeven, liet de meester het er niet bij. Zichtbaar ontstemd nodigde hij hem, als de onverbeterlijke leerling-tovenaar, uit voor een gesprek in zijn werkkamer. Dit heiligdom, waarin de meester zich vooral ’s nachts terugtrok met een fles whisky, een karton melk, twee pakjes sigaretten en een stapel schetsvellen, was normaal gezien voor niemand van het personeel toegankelijk; hoogstens voor hoog bezoek, voor aandeelhouders van de uitgeverij en eenmaal voor iemand van de Koninklijke familie.
 
Het rook er bedompt, naar sigarettenrook en verzuurd papier. De kamer hing vol met prullaria, souvenirs van verre reizen en vage oorkondes. In een hoek van het bureau waren achteloos wat potloodslijpsel en gomresten bijeengeveegd. Voor de rest was het tafelblad leeg, op een overvolle asbak na. Met een diepe zucht opende hij een kastje en haalde er een fles uit. Terwijl hij een sigaret opstak en zichzelf een glas inschonk zonder de ander iets aan te bieden, mompelde hij: ‘Misschien moet ik de poetsvrouw haar zin geven en haar minstens eenmaal per maand dit nest laten kuisen.’
‘U zou de ramen kunnen openen.’
(...)
     
  

De commentaren zijn gesloten.