11-03-14

Schampschot (II)


  
  
(...)
‘U zou de ramen kunnen openen.’

De meester keek de leerling door zijn grote brilglazen peilend aan. ‘Weet u, ik ben een stadsmens. Toen de zaken goed begonnen te marcheren heb ik me door mijn eerste vrouw laten overhalen om hier in het groen te komen wonen. We hebben op geen cent gezien om deze villa zo luxueus mogelijk in te richten, maar ik mis de klank van de stad. De natuur maakt me zenuwachtig, met al dat geruis en gekwetter. Wanneer ik verhalen verzin wil ik met rust gelaten worden.’
‘Ik woon in de stad, maar in een wijk die nu niet bepaald rustig kan genoemd worden.’
‘Ik weet waar u woont. Ik ken die buurt, ik ben er geboren en getogen. Er huist inderdaad een ruig, rumoerig volkje. Nadat mijn eerste vrouw overleden was, ging ik er soms terug naar toe, om er ’s avonds een pint te pakken. De drukte liet me mijn gemis aan haar vergeten…’ Hij staarde voor zich uit. Plots veranderde zijn toon: ‘Maar we zijn hier niet om het verleden naar boven te spitten. U weet, m’n beste, dat u mij, ik wik mijn woorden, ontgoocheld hebt?’
‘Dat was niet de bedoeling, meneer.’
‘Dat kan ik alleen maar hopen. Hoe lang werkt u nu voor mij?’
‘Bijna twaalf jaar.’
‘Zolang al? Dan hebt u nog de goede tijd meegemaakt, toen elk nieuw album als vanzelf op nummer één stond. We zijn nog steeds een sterk merk, maar de concurrentie is ondertussen alsmaar heviger geworden. Vandaar dat ik blijf hameren op een constante kwaliteit; we moeten blijven inspelen op een trouw publiek dat herkenbare karakters, een eenvoudig verhaal en een volkse humor verwacht. Bent u het daar mee eens?’ Zonder een antwoord af te wachten vroeg hij hem plots: ‘Als ik het me goed herinner, hebt u drie kinderen. Hoe oud is de jongste nu?’
‘Acht jaar, een meisje.’
‘Wat zou u ervan vinden moest zij in haar favoriet prentenboek plots worden geconfronteerd met het, voor haar naar ik mag hopen, onverklaarbare woord ‘kutsap’?
‘Ik heb dat woord niet gebruikt.’
‘Neen, maar wel de gespiegelde versie, ‘pastuk’.
‘Ik vond het wel grappig om een lijmtube te voorzien van een onbekende merknaam, eerst dacht ik aan ‘passtuk’, om iets dat pas stuk was te lijmen…’
‘Ik begrijp de associatie wel,’ klonk het geërgerd.
‘… en normaal gezien zou het niemand zijn opgevallen.’
‘Alles wordt opgemerkt, vooral bij iets dat succesvol is maar niet door iedereen wordt gewaardeerd.’
‘Had op de drukkerij niemand het negatief bestudeerd, dan had er geen haan naar gekraaid...’
‘Gelukkig maar dat het iémand is opgevallen vooraleer de drukproeven waren goedgekeurd. We leven in vreemde tijden; er zijn zelfs lieden die muziek achterstevoren beluisteren op zoek naar geheime boodschappen!’
‘Maar dit was bedoeld als een onschuldig grapje!’
‘Vindt u een vochtig vrouwelijk geslacht, zelfs al is het in gespiegelde versie, dan zo onschuldig?’
De leerling voelde dat hij begon te blozen, zelfs al wist hij toen nog niet dat het vocht dat twee jaar later uit zijn vrouw zou druppelen aan een ander zou kunnen toebehoren. ‘Het spijt me,’ stamelde hij.
(...)
     
  

13:43 Gepost in Proza | Commentaren (0) | Tags: schampschot, pastuk

De commentaren zijn gesloten.