12-03-14

Schampschot (III)

  
  
(...)
‘Het spijt me,’ stamelde hij.

De meester dronk zijn glas leeg en stak een zoveelste sigaret op. ‘Ik ben bereid om uw excuses te aanvaarden, maar ik wil wel een aantal zaken duidelijk stellen, àls ge al voor mij wilt blijven werken. Dat laatste hoop ik, want laat me duidelijk wezen, wij zijn meer dan tevreden over uw werk. Ik kan me voorstellen dat ge na jaren misschien andere ambities koestert, dat ge een eigen reeks zou willen opstarten bijvoorbeeld. Aan tekentalent ontbreekt het u niet en er zijn er meer die in het verleden hun eigen gang zijn gegaan. Ik heb hen daarbij zelfs aangemoedigd en in de mate van het mogelijke gesteund. Zoals ge weet is onze grootste concurrent een voormalige tekenaar van mij. Ik gun het hem nog altijd van harte en hij is me er nog steeds dankbaar voor… Loyaliteit is belangrijk in ons vak. Er zijn er die ons neerbuigend beschouwen als simpele krabbelaars voor een ongeletterd publiek, maar ondertussen bereiken wij wél miljoenen lezers, al decennialang. Vandaar mijn vraag: zijt ge bereid om voor mij te blijven werken, onder mijn voorwaarde, dat wil zeggen: dat ík de grapjes verzin?’
De leerling antwoordde bevestigend. Wat kon hij anders; hij had een gezin, een huis dat moest worden afbetaald en mistte de moed en de fantasie om zijn eigen gangen te gaan.
‘Dat is dan afgesproken. Ge moogt de rest van de dag beschikken. Ga naar huis en vertel uw vrouw het goede nieuws.’ Hij stak een sigaret op en vervolgde zelfgenoegzaam: ‘Overigens, zover ik mij herinner heb ik uw vrouw hier nog nooit gezien. Ge moet haar eens uitnodigen, dan kan ze kennismaken met de Studio en mijn Mieke.’
De leerling betwijfelde of die twee mekaar zouden kunnen vinden. Hij kon zijn vrouw moeilijk voorstellen in het gezelschap van de tweede vrouw van de meester die uit verveling de godganse dag in een ligstoel aan het zwembad kruiswoordraadsels invulde met een fles porto binnen handbereik, maar hij antwoordde dat hij de uitnodiging zou overbrengen.
‘Goed zo, maar ge moet mij nu excuseren; er is werk aan de winkel, we staan meer dan acht stroken achter op schema. Dat wordt weeral nachtwerk.’ Dat laatste klonk alsof hij daar niet rouwig om was. Ze schudden mekaar de hand en net toen de leerling op het punt stond om de werkkamer te verlaten, wou de meester toch nog iets kwijt, iets dat hem duidelijk amuseerde: ‘Weet u, ik heb het eens nagevraagd, dat woord ‘pastuk’ bestaat wel. Ook als je simpele verhaaltjes en grapjes bedenkt, moet je de feiten checken.’
‘En wat betekent het dan?’
‘Dat moet ge aan de kuisvrouw vragen.’
(...)
     
  

De commentaren zijn gesloten.