13-03-14

Schampschot (IV)

  
  
(...)
Terwijl hij zijn tekengerief opborg, was het opmerkelijk stil in de Studio. Iedereen zat naarstig gebogen over zijn tekentafel te krassen en te gommen. Ivo, de oude rot van het gezelschap, die zich hoofdzakelijk bezighield met de scenario’s en de ruwe schetsen van een spin-offreeks die opvallend genoeg enkel in Duitsland razend populair was, maakte een fotokopie. Toen dat werkje er op zat, kwam hij behoedzaam op hem af en fluisterde: ‘En? Heeft hij je de levieten gelezen?’

‘Zoiets, ja.’
‘Ben je al weg? Hij heeft jou toch niet ontslagen?’
‘Zo erg was het nu ook niet. Hij wou alleen even de puntjes op de i zetten.’
‘Trek het je niet aan, dat is mij ook al overkomen en zie, ik zit hier nog steeds. Ach, we kennen hem; als je een flauwe grap voor de zoveelste keer gebruikt, is er geen vuiltje aan de lucht, maar o wee als je een decolleté wat te laag hebt getekend, dàn moet er worden ingegrepen. Naar het schijnt heeft hij testamentair laten optekenen dat in de verhalen die na zijn dood verschijnen geen seks en grof geweld mag voorkomen.’
‘Behalve als het geld zou opbrengen,’ klonk het bijna anoniem vanachter een tekentafel. In elk gezelschap is er een rebel, maar vandaag had hij geen zin om daarin mee te gaan.
‘Heeft iemand Malaya gezien?’ vroeg hij vooraleer hij vertrok.
‘Daarnet was ze het reftertje aan het schoonmaken,’ zei de anonieme stem, ‘en maar schudden met die prachtige borstjes.’ Er werd gegniffeld.
 
Tien jaar geleden was de Filippijnse als jong meisje naar België afgereisd om met de dertig jaar oudere tuinman van de meester te huwen. Als huwelijksgeschenk had deze haar duur trouwkleed bekostigd en haar een deeltijdse betrekking als poetsvrouw aangeboden.
Hij vond haar inderdaad in het reftertje terwijl ze de afwas deed.
‘Dag Malaya, naar het schijnt kan jij me vertellen wat ‘pastuk’ betekent?’
Ze keek hem verlegen aan en droogde haar handen af: ‘Wie heeft jou dat verteld?’ Giechelend benadrukte ze elke lettergreep op een vreemde zangerige toon. Na tien jaar was ze nog steeds onzeker over haar Nederlands, alhoewel ze zich behoorlijk verstaanbaar kon maken.
‘De meester.’
‘Vreemd, hij is me niks gevraagd.’
‘Maar je weet wat het woord betekent?’
Ze aarzelde. ‘In mijn oude moedertaal, het Tagalog, betekent het zoiets als wonde, maar niet diep in de huid.’
‘Een schaafwonde?’
‘Ja, dat is het, maar het betekent ook nog iets anders, wanneer iets maar eventjes geraakt wordt…’
Hij dacht na. ‘Een schampschot?’
‘Dat woord ken ik niet. Zou kunnen. Waarom is het belangrijk?’
Hij probeerde haar duidelijk te maken dat hij het woord eerder toevallig had verzonnen en had gebruikt in een tekening. Over de gespiegelde betekenis repte hij met geen woord.
‘Elk woord heeft een betekenis, zoals mijn naam Malaya, dat betekent ‘vrij’. Wat betekent jouw naam?’
‘Dat weet ik niet, ik zou het eens moeten opzoeken… In ieder geval heeft het niets met vrijheid te maken, denk ik. En, voel jij je vrij?’
Ze keek hem beteuterd aan. ‘Toen ik mijn familie achterliet dacht ik eindelijk vrij te kunnen zijn. Ik dacht dat in België alle mensen vrij zijn, maar dat is niet zo, ze zijn zelfs niet blij. Domme Belgen!’ Ze begon te proesten terwijl ze een hand op haar mond drukte en haar lijfje liet schudden. ‘Dat laatste zeg ik maar om jou te plagen,’ klonk het schalks.
  
  
Men zal zich herinneren dat hij als geen ander binnen de lijntjes kleuren kan. Niemand kent zijn naam en misschien is het beter zo; iemand die een naam krijgt wordt algauw een slachtoffer of een dader. Hij beschikt liever over het talent om zich anoniem en op tijd terug te trekken, met iets dat een glimlach oplevert, om bestwil.
  
  
  

De commentaren zijn gesloten.