29-07-15

Vruchtgebruik 1

   
   

Ruzie was alomtegenwoordig in huis. Geen openlijk gescheld, noch slagen en verwondingen, niets dat letterlijk bij de haren werd getrokken, wel een constante onvrede die onderhuids werd uitgespeeld, bij gebrek aan beter tegenover de meest nabije: de wederhelft óf het enige kind dat ik was. Een strijd die mompelend werd gevoerd, tussen neus en lippen, tegenover een onzichtbare in huis die net zo hardhorig werd geacht als de ruziemaker zelf. Van jongs af aan heb ik geleerd om dit getouwtrek lijdzaam te ondergaan.
Ook wanneer er bezoekers in huis waren, werd het spel gespeeld, met een verbetenheid waarvoor ik me enkel schamen kon. Nooit heb ik mijn ouders weten genieten, alles was een gevecht dat ze bij voorbaat verloren door een gebrek aan intimiteit en waardering. Geen tranen tonen, geen nuance, geen genade noch compassie; het beste was niet goed genoeg of bleek onbetaalbaar, want alles werd uitgedrukt in geld. Wat niets opbracht was een obstakel dat hun eeuwig liefdeloos getwist, hun onderlinge rivaliteit met elkaars werkelijkheid enkel voeden kon.
Misschien ben ik op mijn beurt te streng in mijn oordeel, maar zo is het mij nu eenmaal geleerd.
   
   
 vruchtgebruik,onvrede,onderhuids,schaamte,oordeel                        Junge komm bald wieder - Werner Mannaers - 1994
 
   
   
 

De commentaren zijn gesloten.