05-03-10

VII. De kamer (vervolg)

  
 
        
‘She likes weeds, they’re easy to grow.’
Uit ‘The Ipcress File’, Sidney J. Furie naar Len Deighton, 1965


  
        Het lichaam was van een meisje. Ze lag er levenloos bij, half verscholen onder het deken maar met ontbloot bovenlijf, de leden lijdzaam gespreid. Haar warrige, blonde lokken omkransten haar gezicht, haar ogen waren gesloten en ze had een bittere trek om de mond. Rond die mond was een bruine vlek in de matras gedrongen.
‘Is ze …?’
‘Stomdronken’, antwoordde Anthony snel.
‘Wie is het?’
‘Een nichtje van me uit Koningshof, zo één die me niet moet, maar wel altijd in is voor iets spannends, vooral als haar neefje haar daarbij cadeautjes toestopt.’
‘We hadden toch afgesproken geen meisjes in het huis toe te laten’, opperde de jongen hees.
‘Heb je dan nog altijd niet door dat de Ferket een jeannet is, en de Lamot een nog grotere’, antwoordde Anthony geïrriteerd terwijl hij zich kreunend op de matras, naast het meisje liet neerploffen en een hand ruw op een van haar strakke borstjes legde. ‘Als ze straks wakker wordt, met een barstende hoofdpijn van hier tot ginder, zal ze in alle talen zwijgen.’ ‘Wees maar gerust, ik ken ze’, voegde hij er smalend aan toe, terwijl hij de jongen plots ernstig in de ogen keek.
 
        ‘Kom’, zei hij zacht maar dwingend, ‘geef me je hand.’
De jongen voelde het bonzen in zijn keel, maar liet zijn klamme rechterhand door Anthony vastnemen en op de welving onder het broekje van het meisje leggen.
‘Voel maar, niets is wat het lijkt of wat je ervan had verwacht.’
De jongen voelde dat zijn hand een gewillige klauw werd, met vingers die onder de elastieken rand schoven en, volgens eeuwenoude, ongeschreven regels, een eigen leven begonnen te leiden. De jongen ademde diep en keek naar het gezicht van het meisje. Ze staarde hem met open ogen aan.
  
(wordt vervolgd, op aanvraag)
  
  
  

15:28 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, de kamer

03-03-10

VI. De Kamer

   
 tee set
  
        Er was niet zoveel veranderd sinds de jongen de kamer voor de laatste maal had betreden, vooraleer ze definitief werd afgesloten voor diegenen die niet tot het groepje van de Ferket behoorden. In het midden stond er een keukentafeltje en twee stoelen van formica en gechromeerd ijzer. Op tafel lagen er wat losse sigaretten naast een overvolle asbak en stonden er twee mat uitgeslagen glazen en een fles jenever van hetzelfde merk als op de eerste verdieping. Doorheen de geur van zweet en vocht, herkende de jongen het zoete parfum. Aan de muur hing een poster van Tee Set. In een hoek lag er een smoezelige matras op de grond. Daar bovenop lagen een deken en enkele opgepropte kledingstukken.
De jongen rilde, toen hij het lichaam zag.
  
  

10:56 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, de kamer, tee set

01-03-10

V. Anthony (vervolg)

 
 

        Anthony zuchtte en kwam moeizaam overeind: ‘Deze zetel ruikt ranzig, dààr stel ik mij vragen bij! Ik wil niet weten wat jullie hier allemaal in hebben uitgespookt!’ Naarstig zocht hij in de broekzak van zijn te strakke jeans naar iets en haalde er met moeite een sleutel uit. ‘Kom, neem een borrel, ik heb nog een cadeautje voor je.’
De jongen nam aarzelend de fles aan, maakte met een draaibeweging van zijn hand de hals schoon en nam een voorzichtige slok. Anthony had ondertussen twee sigaretten tegelijk opgestoken. Een ervan gaf hij aan de jongen, die deze gretig aannam, diep inhaleerde en moest hoesten tot de tranen hem in de ogen stonden. Het bleek geen mentholsigaret te zijn maar een Groene Michel.
'Blijven oefenen', grijnsde Anthony.
 
        Hij loodste de jongen ongeduldig naar de gesloten kamer op de overloop en zei: ‘De Ferket vermoordt me, moest hij weten wat ik nu aan het doen ben… Maar zoals ge weet is de Ferket een jeannet!’ Dat laatste zei hij grinnikend met een plagerige ondertoon, terwijl hij het slot opende en de deur uitnodigend open duwde. ‘Entrez…’, fluisterde hij en zijn oogjes glinsterden vanachter zijn dikke brillenglazen.
De jongen voelde zich ongemakkelijk. ‘Ik had nu kunnen tekenen of mijn huiswerk maken en daarna met een gerust geweten naar Keromar kunnen kijken’, dacht hij nog bij zichzelf.
 
 

12:45 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, anthony

26-02-10

Raamvertelling II

  
 
raamvertelling2
 
                                      

09:58 Gepost in Foto's | Commentaren (0) | Tags: voorspel, raamvertelling, pulp

25-02-10

IV. Anthony

   
  
        Hij stond voor de gesloten deur op de overloop, drukte zijn neus tegen de kier en snoof. De vreemde, zoete geur die hij eerder had waargenomen, kwam duidelijk uit de kamer erachter.

        De jongen draaide zich om en zette zijn tocht verder. De deuren naar de bel-etage stonden open. Zoals hij reeds vermoedde, was Anthony in het huis; de geur van mentholsigaretten kon hij, doorheen die van droge duivenmest, al van ver op de gang ruiken. In het tegenlicht dat hem na de donkere traphal verblindde, zag hij de dikke, fatterige jongen uitgezakt hangen in een van de fauteuils, met naast zich een rokende sigaret in een verfblik en een jeneverfles op een omgekeerde wijnkist die als bijzettafeltje dienst deed. Toen zijn ogen aan het felle licht gewend waren, zag hij dat Anthony wat glazig door zijn dikke brilglazen voor zich uit staarde, naar de wandschildering. Zonder zich naar de jongen te richten, zei Anthony, met zijn hoog, amechtig stemmetje: ‘Ik begrijp niks van wat er allemaal op die muur staat. Voor mij zijn ‘t allemaal lullen en tetten… en ze maken me zenuwachtig … en bederven mijn eetlust.’ Daarop draaide hij zich traag naar de jongen en vroeg uitdagend: ‘Wat zoek je hier eigenlijk?’
‘Ik kwam wat verder tekenen’, zei de jongen en terwijl hij dit zei, ergerde hij zich aan de verontschuldigende toon van zijn eigen antwoord. ‘Wat doe jíj hier eigenlijk, in ónze kamer? Er was toch afgesproken dat de kamer hier beneden jullie plek zou zijn!’
‘O,o, rustig maar, ik ben hier alleen maar een paar pakjes sigaretten komen leggen’, zei hij afwerend en wees achteloos achter zich, naar het wandrek,  ‘… en deze fles, of wat er van zal overschieten, mogen jullie ook houden.’ Ondertussen zette hij de fles gretig aan zijn lippen en nam een fikse slok. ‘Vertel me eens, wat wil je nu eigenlijk met die tekeningen zeggen? Of wil je alleen maar vunzige verhaaltjes vertellen?’
De jongen schraapte zijn keel: ‘Ik weet het niet, ik teken maar wat, dingen die in mij opkomen… Ik stel me er geen vragen bij.’
 
 

12:03 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, anthony

24-02-10

III. Het huis (vervolg)



        Op een dag was de jongen, die altijd graag en goed kon tekenen, begonnen aan een potloodschets op de grootste, vensterloze muur: ietwat bizarre, al dan niet realistische vormen vulden mekaar aan tot wat een reusachtige wandschildering zou moeten worden. Aanvankelijk wisten de andere jongens niet goed wat ze er van moesten denken, maar langs de andere kant vonden ze het wel leuk om deelgenoot te worden van iets dat dag na dag voor hun ogen groeide. Gaandeweg beschouwden ze het als een beeldverhaal dat de gezamenlijke momenten in het huis wat afleiding en gespreksstof kon bezorgen. Overigens hadden ze van thuis uit geleerd om altijd respect op te brengen voor datgene wat iemand met eigen handen had gecreëerd. Zelfs al kon je er amper je brood mee verdienen.
 
       
Na verloop van tijd werden de momenten dat alle jongens samen in het huis aanwezig waren schaarser. Ook de afspraken omtrent de geheimhouding werden overtreden zodat het haantje-de-voorste van de klas, de Ferket, hoogte kreeg van het bestaan van het huis. Op een woensdagnamiddag had deze er plots zijn opwachting gemaakt en hooghartig een deel van het huis opgeëist. Aanvankelijk leidde dit tot een onheimelijke spanning, die echter diplomatisch werd opgelost door de Lamot, die zijn rivaal in een theatraal gespeelde, welwillende bui een weinig interessante kamer op de overloop had gegund. Vreemd genoeg had de Ferket genoegen genomen met dit voorstel. Hij eiste weliswaar dat ook zijn vrienden toegang zouden krijgen tot het huis en dat zij hun territorium zouden mogen afsluiten. Schoorvoetend had iedereen met deze regeling ingestemd, maar vanaf toen was het huis voor de meesten van het eerste uur heel wat minder aantrekkelijk geworden. De bel-etage werd minder en minder gefrequenteerd; telkens moesten ze langs de gesloten kamer op de overloop, die hen er aan herinnerde dat het huis niet meer alleen van hen was. Alleen de jongen bleef halsstarrig en plichtsgetrouw verder werken aan de alsmaar groter wordende wandtekening.
 
       
Nu stond hij daar voor de gesloten deur op de overloop, drukte zijn neus tegen de kier en snoof. De vreemde, zoete geur die hij eerder had waargenomen, kwam duidelijk uit de kamer erachter.
 
 

13:07 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, het huis

22-02-10

De geuren #2

  
  
de geuren                    

  
                                                                             

21-02-10

III. Het huis

 
 
        De treden van de ooit statige wenteltrap waren danig vermemeld en verrot. De vijfde trede sloeg de jongen behoedzaam over; een vorige keer was hij er bijna doorgetrapt. Op de overloop was er een deur met een hangslot. Uit gewoonte morrelde de jongen aan het slot dat, zoals hij verwachtte, ook nu gesloten was.

        Drie maanden geleden waren hij en nog vier andere jongens na schooltijd het huis binnen gedrongen. Toevallig had iemand van hen gemerkt dat het poortje aan de achterkant, in het achterafstraatje, tegen stond. Na enig geaarzel had de moedigste onder hen, de Lamot, het poortje verder geopend en was hij het gangetje in gegaan. Spottend had hij de anderen uitgedaagd en uiteindelijk hadden ze hem weifelend gevolgd. Toen ze onwennig in de oude winkelruimte onder de glasramen koepel stonden, voelden de jongens een vreemde spanning die hen angstig maakte, maar hen ook een gevoel van samenhorigheid gaf. De daaropvolgende dagen hadden ze telkens na schooltijd het hele huis doorzocht, behalve de kelder, die bij gebrek aan licht en door een penetrante geur wijselijk links werd gelaten. De jongen had heimelijk een ketting en een hangslot uit het atelier van zijn pleegvader weggegrist en vier sleutels bij laten maken, die ze onder mekaar verdeelden. Vanaf het moment dat ze het huis konden afsluiten, voelden zij zich als de trotse bezitters van een mysterieus goed. Er werd onder ede afgesproken om niemand, noch op school, noch thuis, iets te vertellen over hun gemeenschappelijk geheime project.

        Aanvankelijk werkte die geheimhouding. Zonder dat ook maar iemand anders iets kon vermoeden, werden er meubels, tapijten, verf en etenswaren in het huis binnen gesmokkeld. Vooral de bel-etage werd onder handen genomen; het was een lichte, aangename ruimte van drie dooreenlopende kamers met hoge plafonds en een balkon met wijds uitzicht over de drukke winkelstraat aan de voorzijde. Aan de overkant was er een kerk en een laag gebouw van de gemeente in een keurig omzoomd parkje, van waaruit niemand rechtstreeks de kamer in kon kijken. In het midden lag er een groot, versleten Perzisch tapijt, daar stonden wat zetels rond. Tegen een wand was een rek bevestigd met wat strips en tijdschriften, een radio op batterijen, flesjes bier en gezelschapspelletjes. Aan de muren hingen ze her en der enkele posters van rockgroepen. De Lamot, die zich ondertussen tot leider van de groep had ontpopt, had enkele erotische tijdschriften meegebracht, die de jongens meermaals aandachtig in groep bestudeerden en luidruchtig van commentaar voorzagen. De zwarte vlekken die een overijverige censor op welbepaalde lichaamsdelen had aangebracht, deden de jongens blozend dromen van iets waarover bij de meesten thuis gezwegen werd. Voor de rest werd er wat gerookt en geroddeld.
 
 

12:17 Gepost in Teksten | Commentaren (1) | Tags: pulp, voorspel, het huis

17-02-10

Raamvertelling

  
                                                                                   
 
raamvertelling                          
 
 

22:33 Gepost in Foto's | Commentaren (1) | Tags: raamvertelling, voorspel, pulp

16-02-10

II. De geluiden

 
 
        Aarzelend keek de jongen naar de trap en ademde diep uit. Pas nu leken de geluiden in en om het huis voor hem langzaam tot leven te komen. Op straat was het druk; het verkeer op de invalsweg die de stad uitgeleide deed, zorgde voor een aanzwellend en wegstervend geruis en aangezien het een vrije woensdagnamiddag voor de schoolgaande jeugd was, sijpelde het gelach en het gekir binnen door de gebarsten etalageruiten. De jongen vond het vreemd dat niemand van de vele passanten in de toch wel erg drukke winkelstraat, ooit iets opviel van wat er zich achter de sombere, gesloten rolluiken afspeelde. Ook de buren merkten niets, of ze deden alsof, wat wel meer gebeurde in deze voorstad. Vergeten straten waar niets mocht, maar alles kon, had hij zijn pleegvader vaak horen zeggen.

        In de trapzaal klonk het zenuwachtig koeren van een paar duiven, de laatste, weerbarstige rest van de vele tientallen die het huis voor de komst van de jongens hadden ingepalmd. De meeste duiven hadden ze kunnen verdrijven door op een dag alle ramen open te zetten en hen met veel misbaar op te jagen. De meesten kozen de vlucht, enkelen vielen door ziekte of verschrikking dood neer. Moedwillige beesten hadden ze met een karabijn moeten neerschieten. Zelfs toen hadden de buren niets gemerkt of van zich laten horen. Iedereen is een schuilnaam waarachter iedereen zich verschuilt, fluisterde een stem in het hoofd van de jongen.
 
 

16:23 Gepost in Teksten | Commentaren (2) | Tags: pulp, voorspel, de geluiden

14-02-10

I. De geuren #1

  
  
        Haastig sloot de jongen het poortje achter zich. Er was blijkbaar al iemand in het huis; de ketting hing los aan het hangslot. Hij had gehoopt de namiddag alleen door te brengen. Ontgoocheld liep hij door het gangetje naast de garage, opende de achterdeur en ademde diep en bedachtzaam in. Alle geuren van het huis kwamen hem tegemoet. Stilaan was dit amalgaam hem vertrouwd geworden, zelfs de meest onaangename geuren van schimmels en verrotting hadden een betekenis gekregen. Vandaag rook hij een nieuwe, ietwat zoete geur die hij niet kon thuisbrengen. Nog niet.

        De geur van pepermunt en eucalyptus wees erop dat Anthony in het huis was. Van alle klasgenoten was Anthony wel de meest zielige; een verwend, enig kind van rijke, gescheiden ouders, dat last had van astma, zwaarlijvigheid en akelige woedeaanvallen. Aanvankelijk had de jongen geweigerd hem een sleutel van het huis te geven, maar Anthony had zich in de groep onmisbaar gemaakt omdat hij hen van sigaretten en sterke drank voorzag, die hij uit het magazijn thuis ontvreemdde. De jongen kon maar niet begrijpen dat de vader van Anthony niet doorhad welke hoeveelheden er uit de voorraad verdwenen, maar waarschijnlijk was ook dit een vorm van verwennerij. De jongen zou nooit iets van rijke mensen begrijpen.

        De jongen sloot behoedzaam de achterdeur en keek om zich heen. De voormalige winkelruimte baadde in een vreemd diffuus licht doordat de rolluiken van de etalage op kiertjes opgetrokken waren en de glasramen koepel van het achterste gedeelte door een oranje dekzeil bedekt was. Dat zeil hadden ze er vorige maand zelf op gelegd en met bakstenen bedekt om het binnensijpelend water tot een minimum te beperken. Ooit was dit een smaakvolle kledingzaak geweest, met een prachtig ingelegde, eiken parketvloer, stijlvolle lambriseringen en marmeren schoorsteenmantels. De jongen had nooit anders geweten dan dat het pand stond te verkommeren. Waarschijnlijk wachtte de eigenaar ongeduldig op een sloopvergunning. Het marmer was ondertussen al verdwenen, iemand had in het midden van de ruimte met een omgekeerde kachelpijp een schouw geïmproviseerd. As en sintels restten er van een vuur.
 
 

16:58 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: de geuren, voorspel, pulp

11-09-09

Pulp #4

  
E
EN SCHIMMENSPEL IN VIJF B
EDRIJVEN
Voorspel - Voorstad - (Voorhuid) 


     Deze voorstad heeft alles wat een voorstad nodig heeft: een drukke invalsweg annex winkelstraat, die de hoofdstad uitgeleide doet, met net genoeg parkeergelegenheid om de plaatselijke middenstand van ongeduldige klanten te voorzien en daarachter een wat onbestemd stratenplan. In sommige van die straten wordt aarzelend geleefd, maar de meeste straten behoren onherroepelijk tot het netwerk van stegen en publieke ruimten dat magazijnen en kleine middelgrote ondernemingen van de nodige aan- en afvoer van goederen moet voorzien.

     Vanuit een weerbarstige traditie worden er elke dinsdag een paar straten afgesloten ten behoeve van een openbare markt en eenmaal per jaar, tijdens de kermisweek, moet ook deze markt wijken voor een klassieke wielerwedstrijd, een hoogmis van collectieve trots en wedijver, gelardeerd met liters bier. Maar, laat ons eerlijk zijn, doordeweeks wordt er hier vooral wat rondgehangen door het niet-actieve deel van de bevolking, een amalgaam van gepensioneerde ouderen en naar schoolmoeheid neigende jongeren. En in onze jeugdige voortvarendheid prijzen we onszelf gelukkig dat we ons – voorlopig althans - tot die laatste categorie mogen rekenen…

     In het weekend wordt er in clubverband gevoetbald en gaan enkele uitverkorenen naar de gemeentelijke teken- of muziekacademie of één of andere, al dan niet kerkelijk geïnspireerde jeugdbeweging. Sommige van mijn lotgenoten gaan met hun familie naar een buitenverblijf, al blijkt dit in werkelijkheid meestal een veredelde kampeerplaats te zijn.

     De woensdagnamiddag neemt in dit wekelijks stramien een wat aparte plaats in; het ouderlijk gezag is afwezig want naarstig in de weer om de eindjes aan mekaar te knopen, scholen nemen een adempauze en de grootouders gaan kaarten of biljarten of doen tenslotte datgene wat ze in heel hun eerdere leven verwaarloosd hebben: aanpappen met een ander of hun metgezel de das omdoen. Gelukkig voor iedereen is er genoeg blauw op straat, om althans daar dit soort calamiteiten tot een minimum te beperken.

(wordt vervolgd)
 
 

12:00 Gepost in Teksten | Commentaren (0) | Tags: pulp, voorspel, voorstad